Reis van de kolibrie
Ik ben de kolibrie
die ’s ochtends komt aanvliegen
over de blauwe zee
en in de middag rust vindt
bij wilde bloemen en groene bomen,
bij je tedere glimlach.
Peru van het eeuwige gebed,
woeste handen bezeren je;
jij, die nog geen oude boom pijn doet
en zelfs geen ziek valkje krenkt.
Hoe kunnen ze jou beschadigen;
jij, de stem van mijn voorouders.
Mijn handen zullen geen rust meer vinden
als jouw rivieren ophouden met stromen,
als jouw zaden en jouw bloemen
niet verder leven kunnen.
Ik ben de kolibrie
de kolibrie van het licht
die nectar drinkt in de blauwe lucht
en vliegensvlug zijn liefde stilt.
Ik vlieg van bloem naar bloem
tot aan de horizon waar ik het leven kleur.
Jaime Colán (2011)
|