Schilderijen van Jaime Colán
  De ziel van de Andes lijdt
 

Tony Nwachukwu

Peru. Dat is Machu Picchu of Cusco, de oude Inca-stad. Zo zullen veel Nederlanders denken. Dat is sneeuw op de toppen van de Andes, liefelijke kuddes lama's, het staalblauwe Titicaca-meer. Maar achter het toeristische Peru gaat een ander Peru schuil, minder bekend, ook veel minder mooi. Dat is het Peru dat Jaime Colán onder de aandacht wil brengen. Niet het Peru van de toeristen, maar het Peru van de vrouwen, van de armen, van de indianen. Het Peru van Pachamama, moeder aarde die steeds meer geweld wordt aangedaan en van haar kinderen die worden achtergesteld en uitgebuit.

Wat Jaime Colán ziet en schildert, laten ook de cijfers zien. In Peru kwamen in 2009 ruim 460.000 mensen extra in extreme armoede terecht. Dat zijn cijfers van de Kamer van Koophandel in Lima. In absolute aantallen: 9,5 miljoen inwoners. De cijfers staan in contrast met de continue daling sinds 2001, toen meer dan de helft van de Peruanen nog in extreme armoede leefde. Dat was kort na de burgeroorlog, die tussen 1980 en 2000 het land in vuur en vlam zette. De verzetsbeweging Sendero Luminoso, Lichtend Pad, het leger en de politie van Peru waren er de partijen. Iedereen die ook maar iets van doen had met de overheid werd door Lichtend pad gezien als legitiem doelwit voor aanslagen. Politie en leger van hun kant schroomden evenmin het geweld om het terrorisme te stoppen. Tussen aambeeld en hamer zaten de gewone Peruanen, vooral de inheemse, indiaanse bevolking op het platteland.

Waarheid en verzoening
Over het aantal slachtoffers heerst onenigheid. De Peruaanse regering houdt het op 50 duizend, de Commissie voor Waarheid en Verzoening die na het beëindigen van de burgeroorlog werd ingesteld,   op ruim 69 duizend slachtoffers. Doel van de commissie was om recht te doen aan de nabestaanden en de schuldigen te straffen. Onderdeel van de aanbevelingen waren onder meer financiële regelingen, herstelbetalingen voor dorpen die in de strijd geheel of gedeeltelijk verwoest werden en voor individuen die een familielid verloren.

Vooral veel individuele mensen wachten nog steeds op een regeling. Een burgerbeweging van een groot aantal organisaties uit het Peruaanse maatschappelijke middenveld heeft daarom het platform 'Para Que No Se Repita' (dat het geweld zich niet herhaalt) opgericht. Onder meer  mensenrechtenorganisaties, kerken en slachtoffer-organisaties zijn er lid van. Het platform, dat ook steun uit Nederland krijgt, heeft zich tot taak gesteld toe te zien, dat de slachtoffers geïnventariseerd worden en dat de aanbevelingen van de commissie ook worden nageleefd en uitgevoerd.

Straffeloosheid
Die Waarheids- en Verzoeningscommissie heeft nog twee andere aanbevelingen gedaan die eveneens op uitvoering wachten: de bestraffing van de schuldigen en vooral het wegnemen van de diepere oorzaken die tot het conflict hebben geleid: de marginalisatie en de uitsluiting van een groot deel van de Peruanen, met name de indiaanse bevolking.
Veel daders van de het geweld uit de jaren tachtig en negentig gaan nog steeds vrijuit. Aldus Amnesty International. Wel is Fujimori veroordeeld tot 25 jaar gevangenisstraf, maar hij is naar Japan gevlucht om zo zijn vonnis te ontlopen. Alberto Fujimori was president van 1990-2000. Het was vooral onder zijn bewind dat de Peruaanse strijdmacht een bloedige oorlog uitvocht met de terroristen van Lichtend Pad. 

De Waarheidscommissie becijferde dat van de slachtoffers maar liefst 45,5 procent op het conto van leger en politie is te schrijven.
Over wetsvoorstellen voor amnestie aan de schuldigen wordt in Peru nog steeds gedebatteerd. Ook omdat de regering van Alan García Peréz die tot 2011 president was, goede redenen had om niet in het verleden te wroeten. García was immers ook al aan het bewind van 1986 – 1990, toen in de strijd tegen Lichtend Pad ook massaslachtingen plaatsvonden.

Economie boven mensenrechten
Met de derde aanbeveling van de Waarheidscommissie is het nog slechter gesteld: het opheffen van de armoede. Garcia had een  obsessie voor economische groei, maar die betrof niet de kleine man of vrouw. Integendeel. De Peruaanse economie rust op drie pijlers en dat zijn vooral grootschalige landbouw, visserij en mijnbouw. Voor de kleine boeren in de dorpen op de bergflanken van de Andes of in het Amazonedal is nauwelijks aandacht.

Vooral de laagland-indianen worden bedreigd. Hun leefomgeving wordt niet alleen meer en meer aangetast door het kappen van het oerwoud, maar vooral door de mijnbouw. Goud-, zilver-, koper- en zinkmijnen, ze zijn er allemaal, en ook steeds meer projecten voor de winning van gas en olie. Meer dan 70 procent van het Amazonegebied is al in concessie gegeven! Opeenvolgende Peruaanse regeringen hebben internationale ondernemingen min of meer de vrije hand gegeven bij de winning van de delfstoffen.

Protesten van de inheemse gemeenschappen worden gesmoord. Ze worden zelfs beschuldigd van terrorisme, samenzwering, oproepen tot geweld en vergrijpen tegen de publieke orde. Demonstraties worden gecriminaliseerd, aldus Amnesty in een recent rapport. Een wet die bepaalt, dat de indiaanse volken op voorhand geconsulteerd moeten worden over grote projecten die op hun grondgebied zullen worden uitgevoerd, is evenwel onlangs aangenomen. Het is alsnog een papieren wet.

Asperges
In 2010 voerde Peru voor meer dan 2,3 miljard euro aan landbouwproducten uit en asperges behoren tot de absolute top. Peru is er de grootste exporteur ter wereld van en de asperges die buiten het seizoen op ons bord komen, komen er waarschijnlijk vandaan.

De teelt is goed voor 120.000 banen, zegt de Peruaanse overheid. De asperges en ook artisjokken worden gekweekt in de kustgebieden in het noorden van het land. Ze hebben ongelofelijk veel water nodig. Een hectare asperges, zeggen de deskundigen, slokt per jaar 22.000 liter water op. En juist water is erg schaars in de dichtbevolkte en woestijnachtige kuststrook, een van de droogste regio's van het land. De zoetwatervoorraad in de asperge-regio is in 2013 volledig uitgeput. De klimaatverandering, zo vermoeden de deskundigen, maakt de situatie nog erger. De ijskap op de nabijgelegen Andes die de rivieren voedt, neemt  zienderogen af en er valt minder regen.

Volgens de grote asperge-producenten geven die deskundigen verkeerde informatie. De komende tijd, zo zeggen ze, komt een tunnel gereed die water uit het Amazonegebied onder de Andes doorvoert om te gebruiken voor irrigatie. Wat ze er niet bij zeggen, is dat dit water vooral voor grote boeren en landbouwbedrijven is. Kleine boeren kunnen het niet betalen. Zij zijn trouwens al tien jaar geleden onteigend.

Verstedelijking
Het Peruaanse platteland loopt leeg en de slums rond de grote steden groeien met de dag. Van de ongeveer 30 miljoen inwoners die Peru nu telt, woont meer dan 71 procent al in stedelijke gebieden. Bijna een kwart van de Peruanen, 8 miljoen mensen, is in hoofdstad Lima neergestreken. Ze wonen er meestal in krottenwijken die ieder voor zich al miljoenensteden zijn en proberen zich te bedruipen met straathandel, het ophalen en scheiden van vuilnis en ander werk van de zogenaamde informele economie. Iets minder dan 45 procent van de Peruaanse bevolking leeft onder de armoedegrens.

In Peru werken ruim twee miljoen kinderen, hoewel de wetgeving heel duidelijk is over kinderarbeid. Onder de veertien jaar mogen kinderen helemaal niet werken en daarboven is hun werk aan strikte regels gebonden. Toch werken er op een grote markt als de Jorge Chavez-markt in het centrum van Lima rond de 150 kinderen en staan er nog honderd in de rij om ook aan de slag te gaan. Ze werken als sjouwers, poetsen schoenen, assisteren bij de verkoop van producten of verkopen allerlei klein spul: snoepjes, sigaretten, schoenveters of wat dies meer zij. Ze maken lange dagen, ze moeten vroeg opstaan om op tijd op de markt te zijn en gaan pas laat naar bed. Er is veel geweld, alcohol en drugsmisbruik. (Kerkelijke) organisaties trachten met steun van onder meer Nederlandse partners die kinderarbeid een halt toe te roepen door de opvang van de kinderen en door middel van onderwijs.

Indiaanse ziel
Volgens de statistieken is 45 procent van de Peruaanse bevolking van indiaanse komaf. Evenveel dus als het aantal mensen dat onder de armoedegrens leeft. Het zijn vaak dezelfde mensen. Op de koude hoogvlakte van de Andes wonen vooral Quechua's, afstammelingen van de oude Inca's.  Zij zijn de bekendste indianen van Peru. De Inca's deden hun intrede in de geschiedenis rond 1200. Toen in 1533 de Spanjaarden onder leiding van Pizarro de stad Cusco bereikten, strekte het Inca-rijk zich uit over de huidige landen Peru, Bolivia, Ecuador en een deel van Colombia en Chili. Na de verovering van het Inca-rijk, in 1572, werden de steile bergflanken en de gure hoogvlakten van de Andes de schuilplaatsen voor 'de kinderen van de aarde' zoals de Quechua sprekende indianen zich noemen.

In het leven van de Andes-indianen wordt voortdurend gezocht naar evenwicht, evenwicht tussen hoog en laag, koud en warm, dag en nacht, droog en vochtig, ziek en gezond, man en vrouw, kwaad en goed. Alle tegenstellingen en spanningen worden uiteindelijk verzoend door Pachamama, aldus Alma De Walsche in een artikel over de Andes-indianen. Pachamama is de moeder aarde, het kosmische levensprincipe dat het bestaan garandeert en mogelijk maakt. Ze is de voedster van planten, dieren en mensen. Ze zijn alle van haar afhankelijk voor hun voortbestaan. Daarom is het bewerken van de aarde, zoals de vruchten van het land, heilig en verbonden met allerlei rituelen. Leven en dood zijn noodzakelijk met elkaar verbonden. Pachamama bewaart de voorouders in haar schoot, baart de mens, voedt hem en neemt hem terug op. Het kader waarin deze visie, dit geloof intens en betekenisvol gestalte krijgt is de gemeenschap. Goede, evenwichtige, vredevolle relaties worden hoger gewaardeerd dan persoonlijk succes.

Die indiaanse ziel is er nog steeds in de Andes-landen van het oude Incarijk, in Peru. Het indiaanse eisenpakket draait vooral om de grondproblematiek, maar de strijd om de grond is tegelijk een strijd voor het recht op een eigen identiteit. De indianenbewegingen in Peru willen zich daarom ook politiek organiseren. Ze spiegelen zich aan Bolivia, waar de indiaan Evo Morales de leiding in handen kreeg.

Kerken en geloof
De katholieke kerk heeft, met zo'n 85 procent van de bevolking als leden, een stevige positie in het land. Terwijl de bisschoppen de laatste tijd opschuiven naar rechts, naar de kant van de blanke machthebbers, kiezen steeds meer religieuzen en priesters voor de arme indiaanse bevolking in de krottenwijken van de steden, in de verarmde hooglanden en het bedreigde Amazonedal. Gustavo Gutierrez, de vader van de bevrijdingstheologie, is een Peruaan van indiaanse afkomst. Het Peruaanse katholicisme kent veel indiaanse gebruiken.

De belangrijkste protestantse kerken zijn de  Evangelische Kerk van Peru en de Assemblea de Dios. Het aantal pinkstergemeenten met wortels in de Verenigde Staten groeit de laatste jaren snel.